Focus op arbeidsmigranten

    04-11-2019

    Aan de hand van de cijfers van ABN AMRO Insights informeren wij over de huidige ontwikkelingen op het gebied van arbeidsmigratie.  

    De economische groei van Oost-Europa heeft veel gevolgen voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Steeds meer Arbeidsmigranten uit Oost-Europese landen keren terug naar hun land. Voornamelijk de landbouw, industrie, bouw en transport sector worden hierdoor getroffen door een te kort aan personeel. Deze gevolgen worden steeds duidelijker zichtbaar, zo ook voor Sun-Power en haar klanten. 

    Door de economische groei in Oost-Europa wordt verwacht dat het aantal werkzame Oost-Europese arbeidskrachten in Nederland gaat afnemen 

    De afgelopen jaren heeft Oost-Europa een economische groeispurt doorgemaakt. De regio groeide in de periode 2015 – 2018 met een jaarlijks gemiddelde van 4%. De Poolse economie groeide van de Oost-Europese landen in 2018 het hardst met maar liefst 5,1%. Voor de komende jaren zien de groeiverwachtingen er positief uit. Oost-Europa krijgt als gevolg van de krimpende bevolking te maken met een steeds groter te kort aan arbeid. Dit gaat samen met een snelle stijging van de lonen. Vooral de minimumlonen namen toe. In Polen is het minimumloon in de afgelopen vier jaar met 40% gestegen, in Bulgarije met 65% en in Roemenië met maar liefst 140%. Ter vergelijking met Nederland, hier steeg het minimumloon in de afgelopen vier jaar met nog geen 9%. Deze ontwikkeling is erg belangrijk omdat het voornamelijk praktijkgeschoolde werknemers zijn die het minimumloon ontvangen en richting West-Europa vertrekken (het Poolse minimumloon bedraagt een derde van het Nederlandse). Dit alles leidt er toe dat Oost-Europeanen minder snel de afweging maken om in West-Europa werk te gaan zoeken. Daarnaast kiezen arbeidsmigranten in West-Europa er sneller voor om terug te keren.  

    Door de welvaartsgroei zijn er steeds minder arbeidskrachten uit Oost-Europa die zich vestigen in Nederland 

    De welvaartsgroei in eigen land zorgt ervoor dat er steeds minder drijfveren voor Oost-Europese arbeidskrachten zijn om naar Nederland te komen, ondanks de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt. De Oost-Europese werknemers zijn in Nederland voornamelijk werkzaam in de agrarische sector, de industrie, de logistieke sector en de bouw. In de agrarische sector is de afhankelijkheid van werknemers uit Oost-Europa erg groot. Hier spreken we voornamelijk over seizoenarbeiders in piekperiodes, die vaak een minder sterke band met Nederland hebben. Een bijkomende factor in het geval van Nederland zijn de grotere geografische afstand van landen als Polen, Roemenië en Bulgarije en de taalbarrière. Arbeidsmigranten kiezen eerder voor buurlanden  zoals Duitsland en Oostenrijk, waar het minimumloon vergelijkbaar is met dat in Nederland. Oost-Europese landen nemen beleidsmaatregelen om arbeidskrachten voor de eigen economie te behouden. Denk bijvoorbeeld aan Polen waar werknemers onder de 26 jaar geen inkomstenbelasting hoeven te betalen en waar de Poolse overheid werkende Polen in het buitenland actief benaderd voor banen binnen de landsgrenzen.  

     

    Lees het volledige artikel - ABN AMRO Insights

    Terug naar het nieuwsoverzicht